|
||||||||
|
Ik weet het, lezer, als je in een recensie schrijft dat de plaat waar je ’t over hebt een “groeiplaat” is, dan betekent dat wel eens dat je eigenlijk niet vaak genoeg geluisterd hebt, maar met een deadline zit. Daar liet ik me niet aan vangen en ik kan zelfs uitleggen waarom en hoe: ik ben in de eerste plaats een fan van dit kwartet, niet alleen omwille van de manier waarop Pierlé zingt en zij Kate Bush en Björk in één persoontje vertegenwoordigt, maar ook omdat ik een meer dan fors ontwikkelde boon heb voor de overige leden: Koen Gisen is de voorbije jaren uitgegroeid tot een haast onvermijdelijke producer en het duo Casper van de Velde/Hendrik Lasure heeft ons muzieklandschap in flinke mate hertekend, door er jazz en impro in te slijpen, op een zodanig subtiele en beluisterbare wijze, dat je je bij momenten nauwelijks nog kunt herinneren dat er ooit andere soorten van die subgenres geproduceerd werden. Dat alle drie deze heren in minder dan tien jaar tijd zo’n beetje alomtegenwoordig geworden zijn, vind ik een niet-geringe verdienste. Argument nummer twee: ik heb de voorbije drie weken elke dag minstens één keer naar deze plaat geluisterd en ze dus -zo hoop ik toch- grondig leren kennen en jawel hoor: keer op keer kom ik tot de conclusie dat er meer dan goeie redenen zijn om de plaat zo vaak te draaien. Dat heeft natuurlijk veel, zoniet alles, te maken met wie An Pierlé in de loop der voorbije jaren geworden is en hoe ze over haar evolutie vertelt. Ze had het kwaadaardige voorrecht te mogen afrekenen met de ziekte met de grote K en kwam uit die periode als een vrouw, die niet langer het meisje hoeft te zijn. Haar nieuwe levensmotto is dan ook: “leef in het NU, heb minder spijt, minder angst en wees echt”. Dat vertaalt zich in de teksten die ze schreef voor deze plaat en die met enorme passie op muzik gezet werden door het complete viertal. Van Casper en Hendrik weten we allemaal dat één van hun grote kwaliteiten -naast hun onmiskenbare muzikale meesterschap- is, dat ze nooit ofte nimmer twee keer hetzelfde spelen, maar dat het wel telkens weer goed komt. Koen Gisen is van zichzelf een muzikale spons, die sneller dan de wind een goeie muzikale lijn herkent en naar een zinvolle klank binnen het geheel weet te vertalen en Dame Pierlé dartelt daar o)p deze nieuwe speels en vrolijk omheen en tussendoor, al handelen nogal wat nummers over allerminst plezante zaken. Titels als “The Sting”, “Epigenetics”, “Hope” en “Deep Contentment” liegen er alvast niet om, maar wie de plaat grondig leert kennen, vindt vast nog veel meer aanknopingspunten. Overigens moet ik ook de hoesfoto uitdrukkelijk vermelden: een grote kip neemt er twee kleine kittens letterlijk onder de vleugels, een beeld waarin heel fraai vervat zit wat we met z’n allen nodig hebben in deze onzekere tijden. Daar is hoesmaker Patrick Van Caeckenbergh verantwoordelijk voor: hij vond de prent in een ud boek over dieren, die kennelijk voor elkaar zorgen, los van de soort waartoe ze behoren, als de nood heel hoog is. Met die wetenschap in het achterhoofd, luistert een mens lichtjes anders naar deze plaat, zeker als de, terwijl je deze lijnen tikt, An Pierlé ook nog eens twee uur leng over zichzelf en haar leven hoort vertellen op de nationale radio. Dat we een passie voor Kerst delen, helpt ook, maar los daarvan, was ik al meer dan even overtuigd van de klasse van deze plaat: de vrijheid die vier elkaar gunnen maakt deze plaat nog intrigerender dan voorganger “Wigi Waga”, nog mysterieuzer, nog diepgaander en meer groovy. APQ is terug met een heuse Big Bang ! (Dani Heyvaert)
|